Een van de meest gestelde vragen bij een IVF-behandeling is wanneer het embryo zich aan de baarmoeder hecht. Na de embryotransfer vindt de innesteling niet onmiddellijk plaats; net als bij een natuurlijke zwangerschap is hiervoor een bepaalde tijd nodig.
Wanneer nestelt een embryo zich in de baarmoeder?
Bij een natuurlijke zwangerschap nestelt het embryo zich meestal 6 tot 12 dagen na de eisprong in de baarmoeder. Gemiddeld gebeurt dit na 8 tot 9 dagen. Deze periode wordt het implantatievenster genoemd.
Bij een IVF-behandeling verloopt dit op dezelfde manier:
- Embryo's van 2 tot 4 dagen oud blijven zich na de transfer in de baarmoeder verder ontwikkelen. Zodra zij het blastocyststadium bereiken, kan de innesteling plaatsvinden.
- Bij een blastocysttransfer (dag 5-embryo) verloopt de innesteling sneller en vindt deze meestal 2 tot 4 dagen na de transfer plaats.
Hoe verloopt de innesteling?
Tussen de baarmoeder en het embryo vindt een biochemische communicatie plaats, ook wel 'cross-talk' genoemd. Hierdoor kan het embryo de meest geschikte plek in de baarmoeder vinden. Vervolgens verloopt het proces als volgt:
- Het embryo hecht zich eerst oppervlakkig aan het baarmoederslijmvlies.
- De buitenste cellen groeien vervolgens het baarmoederslijmvlies binnen en maken contact met de bloedvaten.
- Daarna ontwikkelt zich geleidelijk de placenta, waardoor de uitwisseling van voedingsstoffen en zuurstof tussen moeder en embryo op gang komt.
Wat zijn mogelijke tekenen van innesteling?
Mogelijke verschijnselen zijn:
- Licht vaginaal bloedverlies of een paar druppels bloed (bij ongeveer 15–20% van de vrouwen), ook wel innestelingsbloeding genoemd.
- Lichte pijn of een trekkend gevoel in de onderbuik.
- Gevoelige of gespannen borsten (vooral bij een natuurlijke zwangerschap; tijdens een IVF-behandeling kan dit minder duidelijk zijn door het gebruik van hormonen).
Let op: deze verschijnselen betekenen niet automatisch dat de innesteling heeft plaatsgevonden. Sommige vrouwen ervaren helemaal geen klachten en blijken toch zwanger te zijn.
Hoe wordt een zwangerschap vastgesteld?
Na een succesvolle innesteling begint het lichaam het hormoon hCG aan te maken.
- Bloedtest (β-hCG): de meest betrouwbare methode. Hiermee kan ook worden gevolgd of de hCG-waarde goed stijgt.
- Urinetest: eenvoudig uit te voeren, maar geeft alleen een positieve of negatieve uitslag en kan in een vroeg stadium minder betrouwbaar zijn.
Wanneer kan ik een zwangerschapstest doen?
Na een embryotransfer wordt hCG meestal 5 tot 7 dagen later meetbaar in het bloed. Voor de meest betrouwbare uitslag wordt echter geadviseerd de test 9 tot 12 dagen na de transfer uit te voeren. Een test die te vroeg wordt gedaan, kan een onbetrouwbare of verwarrende uitslag geven.
Conclusie
Na een embryotransfer vindt de innesteling niet direct plaats. Net als bij een natuurlijke zwangerschap heeft het embryo enkele dagen nodig om zich in de baarmoeder te nestelen. Richt u daarom niet te veel op eventuele symptomen, maar wacht op het juiste moment om een β-hCG-bloedtest te laten uitvoeren. Dat is de meest betrouwbare manier om vast te stellen of er sprake is van een zwangerschap.
Reactie plaatsen
Reacties